Hoe komt het en wat kun je eraan doen?
Je weegt minder, je voelt je beter — maar in je borstel blijft steeds meer haar achter. Haaruitval is een bijwerking waar veel mensen die medisch afvallen mee te maken krijgen, en die emotioneel flink kan aanslaan. Het goede nieuws: in de meeste gevallen is het tijdelijk en zijn er concrete dingen die je kunt doen om het te beperken.
Haaruitval na gewichtsverlies heeft een naam: telogeen effluvium. Het klinkt ingewikkeld, maar het principe is eenvoudig. Haar groeit in cycli. Wanneer je lichaam een ingrijpende verandering doormaakt — zoals snel gewichtsverlies, een sterk verlaagde calorie-inname of hormonale verschuivingen — kan het een deel van de haarfollikels in een rustfase duwen. Twee tot vier maanden later valt dat haar dan pas uit. Je merkt het dus met vertraging, wat het verband met je behandeling niet altijd meteen duidelijk maakt. De uitval stopt gewoonlijk vanzelf als je lichaam zich heeft aangepast, maar dat proces kan maanden duren.
Telogeen effluvium is de basisoorzaak, en tekorten aan bepaalde voedingsstoffen kunnen de haaruitval aanzienlijk versterken. IJzer is daarbij de belangrijkste: een laag ferritinegehalte — de opslagvorm van ijzer in je lichaam — is een van de meest voorkomende en tegelijk meest gemiste oorzaken van haaruitval bij vrouwen. Ook een tekort aan zink, b-vitamines en eiwitten speelt een rol. Haar bestaat grotendeels uit het eiwit keraïne, en wanneer je lichaam te weinig bouwstoffen heeft, krijgen haarfollikels simpelweg minder prioriteit.
Voldoende eiwitinname is een factor die je zelf kunt beïnvloeden. Bij een te lage eiwitinname schakelt je lichaam over op een soort spaarstand: het stuurt de beschikbare aminozuren naar vitale organen en processen, en haargroei — dat niet levensnoodzakelijk is — wordt naar de achtergrond gedrongen. Juist bij GLP-1-gebruik, waarbij de eetlust sterk verminderd is, is de kans op een te lage eiwitinname groot. Genoeg eiwit binnenkrijgen — via voeding of aangevuld met een eiwitshake — is daarmee niet alleen goed voor je spieren, maar ook voor je haar. Lees meer in onze blog over eiwitten bij GLP-1 gebruik.
Wanneer tekorten bijdragen aan haaruitval, is suppletie een logische en effectieve stap. IJzer — bij voorkeur na controle van je ferritinewaarde — en zink zijn de meest relevante mineralen. Let op; gebruik wel een goed ijzer supplement met de juiste co-factoren, zoals onder andere b-vitamines en zink.
Bespreek met je behandelaar welke suppletie in jouw geval zinvol is, zodat je niet op goed geluk supplementen slikt maar gericht handelt.
Laat je ferritine meten. Een normaal ijzergehalte in het bloed sluit een laag ferritine niet uit. Vraag specifiek naar je ferritinewaarde.
Prioriteer eiwit bij elke maaltijd. Eet eerst je eiwitrijke voeding, voordat de verzadiging intreedt.
Wees voorzichtig met je haar. Vermijd overmatige warmte, strakke kapsels en agressieve haarbehandelingen zolang de uitval aanhoudt.
Geef het tijd. Telogeen effluvium lost in de meeste gevallen vanzelf op. Nieuwe haargroei is zichtbaar zodra je lichaam zich heeft gestabiliseerd.